Co |

Zelf zegt hij dat hij links is opgevoed en rechts opgeleid. In zijn ouderlijk huis werd zowel Groenlinks als Partij voor de Dieren gestemd, zelf stemde hij SP. 's Ochtends verkiest hij RTL-Z boven de NOS. Een strijd die zich constant in hem woedt en die zich manifesteert in zijn Co|Ma-columns.

Soms houdt hij van mensen, soms hekelt hij ze. Soms haat hij consumeren, soms eet hij met hartelust met een stokbrood een bak tonijnsalade leeg. Soms verafschuwt hij de maatschappij, soms smult hij van de ontwikkelingen om hem heen.
"In probeer mijn verhalen te laten balanceren tussen onvoorwaardelijke liefde en compromisloze provocaties, en soms slaat de meter uit naar links en soms naar recht."
Je moet van zijn columns houden, of je haat ze. Als je beide kan, is zijn doel bereikt. "Denk daar meer eens over na", is zijn devies.
Liever heeft hij natuurlijk dat de hele wereld van hem houdt.
Na het behalen van zijn vwo-diploma is hij in Groningen gaan wonen en is bedrijfseconomie gaan studeren. In augustus 2007 mag hij zich formeels Bachelor of Economics noemen. "Ik heb geen behoefte om 'Ba.' Voor naam te zetten, dat er 'Co' staat, vind ik al mooi genoeg." Sinds 2005 studeert hij tevens sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Onder een ander pseudoniem uit hij zijn voorliefde voor muziek. Negen jaar heeft hij pianoles gehad, nu kan hij nog net Vader Jacob in canon. Twee jaar leerde hij de saxofoon te bespelen, maar zijn beugel gaf hem een goed excuus om niet te hoeven oefenen. Feitelijk maakt hij geen muziek, maar bewerkt creaties van anderen. Hij is in zijn element achter the weels of steel en geniet niets minder mixend op computer. Hij is DJ Marten Why.
En sporten doet hij niet.

De publicaties op deze site zijn auteursrechtelijk beschermd. // © 2006-2024 Co|Ma Alle rechten voorbehouden.

Willekeuige column van Co

In de grote tafel die in de woonkamer van mijn ouders staat, staan twee afdrukken van waxinelichtjes. Op een zondagochtend, drie of vier jaar voordat ik begon met roken, was ik wakker geworden om niet meer te kunnen slapen, vermoedelijk te wijten aan de zomertijd. Villa Achterwerk was nog niet begonnen, een uur tijd om te doden met vuur. De lontjes van de lichtjes waren verzopen, maar ik probeerde er weer leven in de jagen door verkoolde lucifers in het kaarsvet te dopen. Ik was dusdanig gefascineerd door het vuur dat ik het brandende wilde houden, het werkte goed. Ik denk zelfs dat ik mijn vingers één of meerdere malen verbrand heb toen ik de bakjes weg wilde gooien. Tot mijn schrik kwamen twee zwarten cirkels onder het aluminium vandaan. Mij begeerte deed mij niet doen realiseren dat de hitte de lak zou verkleuren. Als het ging om de kaarsjes was ik een narcist, elke keer dat de vlam doofde, moest deze weer branden.