CoMa is een feit. Met dank aan Remco Campert, Jan Mulder en een techniek die men de woordspeling noemt. Het is mijn strategie de wereld genuanceerd ten gehore te brengen. En daarom vond ik het nodig met een spetterend debuut te komen. Maar men houdt ons voor dat je niet alles hebben kan.

De Algemeen Beschaafde Nederlands taal vind ik belangrijk. Ik erger me mateloos aan het hun-hen-als-dan-vraagstuk. Of eigenlijk irriteert het vraagstuk mij niet, maar mensen die het nog steeds fout doen en weigeren het te leren, onder het motto van “Je begrijpt toch wat ik bedoel”. Natuurlijk begrijp ik wat er bedoeld wordt. Het doet er niet toe met welk wapen je iemand vermoord, ik begrijp dat er iemand dood is. Dan zeg ik nee, Gij Zult Niet Doden. Wellicht een iets wat overdreven karikatuur, maar Gij Zult De Taallessen Eren

Ik snij mijzelf hiermee wellicht in de vinger, want ik ben slecht in spellen. Men noemt dat ook wel dyslexie. Het zou hypocriet zijn als ik de ‘als’ van een ander verbeter met ‘dan’, terwijl ik zelf niet eens weet of het synoniem voor billen reed of reet is. Maar toch houd ik voet bij stuk. Het is een principe kwestie.

Ik verbeter anderen en tegelijkertijd verwacht ik dat anderen mij ook verbeteren. Laat ik het type één en type twee noemen. Dit heb ik geplagieerd van de diabetici. Type één zijn de mensen die (verbeteren en) verbeterd willen worden. Type twee zijn de onwillende je-begrijpt-me-toch-mensen. Niet omdat ik vind dat zij, die tot type één behoren, beter zijn dan zij die tot type twee behoren, maar omdat ik wil voorkomen dat de msntaal tot het ABN gaat behoren.

Ik maak onderscheid tussen spelling en grammatica. Zoals ik al zei, voor spelling hoef je niet bij mij aan te kloppen. Ik verbeter het gesproken woord, want spelfouten hoor je niet, grammaticale fouten wel.

De aanleiding voor mijn column was een uitspraak van Mart Smeets. Om een nuance aan te geven, op het moment dat de interviewer hem om een zwart-wit-Ja-achtig-antwoord, reageerde hij met de meesterlijke woorden: “Maar ik had nog een komma”. Geniaal, als je het mij vraagt.
Hiermee wilde ik mijn column beginnen: ‘Het scheelt maar een letter en je hebt een comma’.
De link tussen coma en komma, klonk in mijn hoofd mooier dan deze er op papier uitzag. Mijn poging om aan te geven dat ik in mijn CoMa-columns nuances over de wereld wilde geven, viel met een bommetje in het water.
En zo is dit debuut toch nog een beetje spetterend. Niemand vertelt mij dat ik niet alles hebben kan. En als je het er niet mee eens bent, dan vraag ik je even te zwijgen, want:
Ik heb nòg een CoMa.