Ik verklaar mijzelf Oost-Indische doof met betrekking tot een aantal zaken. Waaronder Bridget Jones. Ik hoor wel alles, maar luister niet. Ik heb een principiële afkeer gekweekt tegen elke zin met deze naam erin. Juist omdat iedereen haar de hemel in prees. Iedereen, wat wil zeggen alle vrouwen met een korte leven of jeugdig vermoeden. Mannen niet, zij waren in openbare sferen altijd negatief. Deze mannelijke attitude heb ik geassimileerd, maar noodgedwongen moeten evalueren.

Onder emotionele druk van mijn relatie, gesteund door een even zo vrouwelijk huisgenoot, werd er een avondvullend programma voor mij gepland, genaamd ‘Bridget Jones’s Diary’. Aanvankelijk wilde ik hard wegrennen en heb deze emotie nog wel geuit, “Als we die gaan kijken ga ik naar huis”. Met een glimlach natuurlijk, want het was niet de bedoeling mijn vriendin te beledigen. Mijn dreigement werd juist ingeschat door het af te doen als een bluf. “Heb je hem al eens gezien dan?” En van mijn schuddende hoofd, werd ze nog enthousiaster, “Dan ga ìk die aan jóu laten zien!”. En met de toevoeging dat ‘deze ook leuk is voor een andere keer’, werd als alternatief ‘What women want’ ook van de klank gepakt.
Ik besloot niet tegen te stribbelen, het te ondergaan, omdat ik er vroeg of laat toch aan zou moeten geloven. Al voor dat het schijfje zijn lade gevonden had, besloot ik over deze ervaring te gaan schrijven. Tenzij het natuurlijk wél een leuke film bleek te zijn.

Opvallend was dat het alternatief voor die avond een film was met bijna profetische naam. Terwijl we die film niet zouden gaan kijken, zou ik toch geconfronteerd worden met een film die gaat over wat vrouwen willen. Of eigenlijk wat ze níet willen, maar dat verband is simpel te herleiden uit een wiskundige berekening. Σ(Vw)n = 1 – Σ(Vn)n. Waar n=het aantal wensen; Vw=wat een vrouw wil; Vn=wat een vrouw niet wil.

Om, ter preventie van een anticlimax, de spanningsboog niet groter te laten worden: het was geen leuke film. Daarentegen moet ik bekennen dat het ook geen slechte film was. Het was meer een gevalletje van net-niet. Het zou een romantische comedy zijn, maar de grappen waren geforceerd en de verhaallijn voorspelbaar (waaronder ook de plotwendingen). Dus de romantiek, die ik typeer door verrassende situatie te creëren die de ander in extase brengt, zag ik niet en de komedie, die ik typeer als humoristische opmerkingen of gedragingen waarom gelachen wordt, kon ik niet vinden. Tevens ontstond er enige ergernis toen er even op gewezen werd dat zij (Renée Zellweger, red.) veel aangekomen was voor deze rol. Met de intonatie werd verwondering uitgesproken, net alsof het een hele knappe prestatie is. Terwijl ik dagelijks tientallen vrouwen zie voor wie het klaarblijkelijk geen enkel probleem is. Dat ze daarna weer af moest vallen en voor het tweede deel wéér aan moest komen, maakte het cliché compleet. Op de een of andere manier moet daar iedere keer, als zij ter sprake komt, op gewezen worden.

Echter lag de negatieve ervaring blijkbaar aan mij. De twee mensen naast mij moesten namelijk wel enige keren lachen, zaten wel vertederd naar het scherm te kijken en vergrootte de sfeer met opmerkingen als “wat is ie toch schattig”. Zij waren vrouwen. En waar eerdere recensies in hun beoordeling varieerden naar geslacht, verklaarde ik dit verschil op dezelfde wijze. Waardoor bij mij de vraag ontstond, waarom vinden vrouwen dit wél leuk?

De verklaring vond ik in de verwondering over de uiterlijke veranderingen die mevrouw Zellweger heeft ondergaan om te transformeren tot Bridget Jones. Het is een omgekeerde wereld. Bridget Jones is alles wat een echte vrouw niet wil zijn. Waar de meeste vrouwen af willen vallen, moest zij aankomen. En ze manoeuvreert zichzelf in allerhande genante situaties, waar de echte vrouw empathie over voelt. Op elk moment dat Ms. Jones zich klunzig, onnadenkend of gênant gedraagt, is de toeschouwende vrouw blij dat haar dat niet zelf overkomt.

Nu snap ik waarom de film zo geforceerd is. Alles moest net even iets ‘meer’ zijn dan dat wat in het werkelijk leven voorkomt, zodat de vrouw zich er beter door voelt. Daarom is de vorm van de film te vergelijken met een doorsnee actiefilm. Waar ook alles overdreven en onecht is. Een film waarvan de man vol adrenaline de bioscoopzaal uit komt en de vrouw het geforceerd en nep vindt. Erik van Muiswinkel typeerde het verschil eens als volgt: In een mannenfilm gaat de slechterik dood, in een vrouwenfilm sterft de goeie. Ik wil dit graag aanvullen met de nuance dat een vrouw graag dingen bekijkt die een ander overkomt waarvan zij het bij haarzelf niet graag ziet gebeuren, en een man wil zien wat hij zelf nooit zal kunnen. Zo is de wens van de man ook wiskundig te verklaren, namelijk: Σ(Mw)n = Σ(Mn)n, waar Mw=(wat een man wil) en Mn=(wat een man niet hebben kan).
Concluderend benoem ik bij deze ‘Bridget Jones’s Diary’ een pursang vrouwenfilm en ‘Miami Vice’ de ultieme mannenfilm.