CoMa.nl

Verhalen van het schrijversduo Co & Ma

Voor je het weet rijden machinisten over boeken

Als ik aan kom lopen zie ik hem zitten. Links van me ligt het spoor, rechts zit hij op een bankje. Hij staart, maar aan de overzijde van het spoor is niets te zien. Althans, hij bekijkt iets dat ik niet kan zien.

Zijn kalende hoofd oogt twintig jaar ouder dan hij werkelijk zal zijn. Want met een MacBook op schoot kan iemand niet heel oud zijn. Hij ziet er meer uit als een persoon die niet uit het leven heeft gehaald wat hij als klein jongetje wilde; Herman, ofzo. Het is een verklaring voor zijn vroeg terugtrekkende haarlijn. Het jasje dat hij draagt heeft hij nog uit de kast weten te toveren als relikwie van de jaren tachtig. Het stof van de schouders en mouwen geklopt, omdat het retro geworden is. Of klassiek. En anders vintage. De schouders zijn lichtrood en wordt door een gebrokenachtig witte lijn gescheiden van de vaal blauwe kleur die de rest van het jasje bedekt.
Ook kan hij een dik betaalde baan hebben wat de financiering van zijn splinter nieuwe Apple mogelijk heeft gemaakt. Waarmee hij een bestedingsruimte heeft waarbinnen hij ook nog eens honderdzestig euro betaalt voor een nieuw oud-lijkend sports-jacket.

Maar als ik hem zo zie zitten, oogt hij meer als een schrijver die dagelijks met de trein reist om inspiratie op te doen. Hij heeft zichzelf een draagbare computer cadeau gedaan in de gedachte dat, als hij de woorden bij zich zou kunnen dragen, hij vanzelf zijn roman af zou schrijven. Daar wacht hij nog steeds op – niet op de trein.
Met schrijfgerei in de aanslag staart hij naar de overkant, zoekend naar interessante mensen. Al staan ze nooit lang genoeg stil om een klein beetje van hun leven op te snuiven. Ze hebben liefde gevonden en staan uren met elkaar te zoenen. Of ze haasten zich met hun succesvolle carrière onder de arm, stevig verpakt in een lederen acquisitiemap. Spannende anekdotes zijn er niet te verzinnen, want vroeg of laat stappen ze allemaal in. Op het peron zijn zij slechts te typeren als forens.

Hij heeft noch de liefde, noch een carrière. En wenst allebei. Want hij staart zich blind op zijn eigen falen. Wat hij dan ook niet ziet is dat geen mens beide heeft. Zij die een carrière hebben haasten zich de lieve meisjes voorbij. Zij die liefde hebben, staan te lang te op dezelfde plaats te zoenen om hun targets te kunnen halen. Het spel of de liefde.
Als de wagon voor ons tot stilstand komt, stelt hij zich voor hoe het zou zijn als hij zichzelf voor de trein geworpen had. Dat hij dan iets mee zou maken om over te schrijven.

Maar ook dat schrijft hij niet op.
Hij blijft staren.

Ik ben benieuwd hoe lang hij daar zal blijven zitten. Mensen die het niet meer weten, vinden het doorgaans moeilijk om zich daaraan te ontworstelen. Zij gaan rare en onvoorspelbare dingen doen, of blijven bewegingsloos op hun plaats. Als ik op sta, zie ik wat hij al die tijd op zijn scherm had staan. Een powerpoint-presentatie, met middenin grote Comic Sans MS letters “Prospect of the future”. Hij kon nog wel bedenken dat er een vooruitzicht is, maar hoe deze voor te stellen? Het was dan ook niet raar dat hij staarde. De meeste mensen die denken over de toekomst kijken naar de lucht of recht vooruit. Maar als daar niets te zien is, komt het leven stil te staan. De poëet Dante zette zijn elleboog op zijn knie, zijn vuist onder zijn kin en Rodin overgoot hem met brons. Vastgegroeid op de stronk waar hij op zat.

Hij bleek dus toch geen schrijver. Waarschijnlijk had hij dan gewoon een klein boekje gehad, bij voorkeur met een potloodje dat precies in het speciaal daarvoor in een cirkel gevouwen, aan de kaft geplakte kartonnetje pastte. Met een touwtje eraan. Zoals oude professoren de poten van hun leesbril achter de nek om net een kralenkettinkje hebben bevestigd. Zoeen als de mijne.
Alleen zakenmannen die in de late uurtjes van de dag hun loopbaan vaart bij proberen te zetten, zitten met een laptop op schoot in de trein. Voor schrijvers duurt het te lang voordat alles is opgestart. Zelfs een klein opklapbaar toetsenbordje dat zich door middel van een bluetooth-radioverbinding met een smartphone verbindt, is niet sneller dan een vrouw uit je dromen die voor je langs rent op weg naar haar aansluiting – sowieso in tegengestelde richting.

Als ik probeer te bedenken hoe ik het verhaal van de jongeman af zou kunnen ronden, snelt Meppel aan mij voorbij. Ik weet het altijd te herkennen aan de grote gele “M” op een rode paal die in de verte de omgeving verlicht. Ik heb er wel eens op het station staan wachten na een cabaretvoorstelling bezocht te hebben in schouwburg Ogtrop. De intercity stopt hier niet. Ik vind hem toch verdomd snel voorbij gaan, al voel ik de trein enigszins afremmen als hij door het station rijdt. Misschien om gefrustreerde schrijvers niet op slechte ideeën te brengen.

Jammer, want dan maak ik eens iets mee om over te kunnen schrijven.

« »

© 2019 CoMa.nl. Thema door Anders Norén.