CoMa.nl

Verhalen van het schrijversduo Co & Ma

Antropomorfisme

Drie uur lang voerde ik in de kroeg een debat zonder conclusie. Is een dier geil als het gaat paren? De meisjes vonden dat de jongetjes beesten werden als ze een erectie kregen, dus een hengst zou ook wel geil zijn. Tochtige koeien waren ongesteld en loopse honden ovuleerden, maar wat precies het verschil was, durfde geen meisje mij uit te leggen. Als de deelnemende partijen het niet aan mijn duidelijk konden maken, hoe kom ik er dan achter waarom iemand doet wat hij doet.

Met een soort boerenangst zat ik in de trein. Wat moest ik doen als ik zou worden versierd door een man? Wat als ik het dan ook nog leuk zou vinden? De nieuwsberichten die ik ieder jaar zag, suggereerden dat in de gehele stad trotse homo’s hun lichamen vertoonden. Amsterdam ken ik nauwelijks, maar ondanks dat ik een boerenzoon ben en opgegroeid in een polder, wil ik mij geen plattelandsjongen noemen. Zeker niet nu ik de hele week in Winschoten heb moeten werken, daar waar het Gronings dialect nog onverstaanbaarder wordt uitgesproken dan het Fries. Op een lesbienne met een herder na, zag ik er geen homo. Ze lijken er niet te bestaan, of worden net als de allochtone minderheid vanuit afgezonderd conservatisme weggekeken door de jeugd met bomberjacks en airmax.

Echter leek de hoofdstad, op de Prinsegracht na, niet te zijn veranderd. Hooguit waren de homo’s uit het gangbare straatbeeld verdwenen, omdat deze op een boot stonden of eigenhandig langs de grachtenpanden paradeerden. Al vermoed ik dat ik hun homoseksualiteit niet zou hebben opgemerkt wanneer zijn in de Kalverstraat niet innig met elkaar stonden te zoenen zoals zij bij de gayparade deden.

De werkplaats van mijn uitzendbaan bevindt zich op de begane grond. De steeg voor het raam waar ik op uitkijk, verbindt twee winkelstraten in Winschoten. Alsof ik een socioloog zou zijn, kan hiervandaan de gehele bevolking van de stad geobserveerd worden. Weinigen lachen en één man zwaait erbij, maar de meesten kijken moeilijk. De curricula vitae die ik onder ogen kreeg, onderschreven het gemiddelde lage opleidingsniveau. En de seksuele moraal werd ten toon gespreid door een klein obesiterende dame die de noodzaak voelde een lange, lelijke man voor mijn raam te tongzoenen. De later gedeporteerde Joodse gemeenschap in Winschoten noemde de stad ook wel Sodom, vanwege de losse zeden met seks en gokken die de Oost-Groningers er op na hielden. En de zeden moesten ook wel los zijn geraakt als iemand het aandurft dergelijk uitziende mensen te zoenen.

Bijna even onsmakelijk vond ik het zoenen van mannen. Ik wist dat het gebeurde, maar als in iedere richting waar ik kijk een man het gezicht wordt afgelikt of andermans strottenhoofd toucheert met zijn tong, dan begin ik bijna te verlangen naar donkere ruimtes om in ieder geval te voorkomen dat ik het kan zien. De empathie voor verliefdheid kan ik nog opbrengen, maar de suggestie van de lust en sodomie zijn voor mij als spruitjes – nooit geproefd, maar het is vies. Zeker wanneer de mannen in kwestie daarbij krapzittend leren ondergoed dragen, met jarretels. Mij overtuigen me gelijk te kleden, zullen ze niet kunnen. Hetzelfde geldt overigens voor Hell’s Angels in Winschoten, die crocs droeg.

Het is moeilijk subjectiviteit aan een ander uit te leggen. De enige argumenten die aangedragen kunnen worden, zijn gevoelsargumenten, en deze kunnen niet worden weerlegd en hebben zelden overtuigingskracht. Gevoelsargumenten stoppen het debat. Zo is de gayparade boottocht leuker voor hen die eraan meedoen. Net zoals dat geldt voor het bloemencorso in Vollenhove en studentenpolitiek. Niemand die mij uit kan leggen waarom plastic schoeisel in de mode is en in Amsterdam het merk zelfs een eigen winkel heeft.

De geilheid van een koe. Het is antropomorfisme, het toekennen van menselijke eigenschappen aan dieren of dingen. Maar als het gaat om empathie voor smaak, is het vaak andersom. De Winschotenaren en homoseksuelen loeien in mijn oren.

« »

© 2019 CoMa.nl. Thema door Anders Norén.