CoMa.nl

Verhalen van het schrijversduo Co & Ma

Perceptie

“Waarom schrijf je nooit over mij?”
Ze vroeg het met teleurstelling op het gezicht, vermoedelijk voortgekomen uit onbegrip. Al is dat natuurlijk vaak het geval als een vraag begint met waarom. Het leek erop dat ze wilde vertellen dat zij wel over mij zou schrijven als ze een literaire gave bezat. Ik moest verhalen vertellen over liefde, gelijk zoals zij van mij hield. Mijn opvoeding verkondigde echter andere wijsheden. Het was Jezus die mij leerde wedervragen te stellen.
“Wil je soms graag dat ik over je schrijf?”

Het is een soort zoektocht naar de waarheid of werkelijkheid. Waarom blijken dingen niet te gaan zoals ik denk dat ze moeten gaan? Wellicht is het dan eerst verstandig te ontdekken waar de wereld uit bestaat.

Vroeger werd ik in slaap gebracht met liederen waarin De Heer werd bezongen alsof hij de redder was. Of minstens een herder. In het begin bad ik iedere dag. Begon met te vragen om een goed leven voor anderen. Zieken, Afrikanen en zo. Tegen de tijd dat ik mijn eigen gunst wilde vragen, sliep ik. Soms schrok ik wakker, maar begon ik van voor af aan, niet meer wetend waar ik het bewustzijn verloor. Maar de zieken bleven ziek of gingen dood en de Afrikanen bleven vechten en maken elkaar nog altijd dood. Soms schiet ik nog een gebedje. Als het Nederlands elftal achter staat in de kwartfinale, ofzoietsisme. Dat God de verklaring zou zijn voor ons bestaan, zie ik anders.

Kristallen, moleculen, atomen, protonen, elektronen, quarks en het Higgsdeeltje. Waar de religie en spiritualiteit zoeken naar grootse delen, probeert de natuurkunde het leven te verklaren met de kleinste deeltjes. Het huis van alle materie. Tegelijkertijd het fundament, de bouwstenen en het dak. Toch zie ik geen opsomming van deeltjes als ik vanuit mijn huisje naar buiten kijk. Ik zie bomen waar huismusjes van takjes hun thuis maken. Ik zie mensen die huilend de telefoon toeroepen dat ze hem haat, omdat ze van hem houdt en bang is alleen over te blijven, terwijl honderdduizenden mensen haar snel passeren omdat ze proberen afspraken niet te missen.

Woensdag liep ik naar huis. De fiets droeg ik in mijn hand, want lopen voelde op dat moment lekkerder dan fietsen. Tevens ben ik in beschonken toestand niet per definitie sneller thuis. Halverwege passeerde ik de Merlijn waar op het terras nog mensen bier dronken. Het leek er gezellig, zeker toen de vrolijkste man van het gezelschap suggereerde ook iets gerookt te hebben. Het biertje dat hij aanbood, kon ik niet afslaan en dus zat ik, drie uur in de nacht, te kijken naar mensen. Misschien lag het aan de cannabis, maar het waren rare mensen.
De vrolijke man lachte hard, al werden nauwelijks grappen verteld. “Je hebt het lekkerste kutje van de Oosterpoort”, riep hij naar de enige vrouw in het gezelschap. Ze ontkende het niet en lachte hard mee. De slome man lachte niet. Hij leek niets leuk te vinden. Ging overal serieus op in. De vrouw leek als enige normaal te zijn, totdat haar werd toegeworpen dat ze in therapie moest. Oh nee, toch niet, dat was ze al. Maar het gaf niet, want we waren allemaal gek. Aldus de vrolijke.
De raarste man zei steeds dat hij heteroseksueel was. Ik begreep niet waarom hij de noodzaak voelde het te benadrukken, maar toen de vrouw een pils voor mij ging bestellen sloeg zijn stemming om. Of ik mijn kont wilde laten zien, want hij was een vrouw in het verkeerde lichaam.
Plotseling sloeg mijn kijk op de groep om. Het waren homo’s. Ook zag ik meer mannen in en uit de kroeg lopen, sigaretjes in de hand. Een rokende man nam de slome man mee, naar zijn huis. De vrouw bietste een sigaret van weer een andere man. De vrolijke man bleef slechts maar hard lachen.
Het probleem was niet dat de mannen van elkaar hielden, maar dat de doodsangst mij bekroop dat ze me zouden gaan verkrachten. In mijn drankje zat GHB en ik dacht dat ik knock-out zou gaan. In een onbekend steegje wakker worden en tot de conclusie komen dat de rare man in een ander lichaam gekropen was. Het mijne.
Bijna viel ik toen ik op mijn fiets probeerde te stappen, maar een maal in het zadel zette ik aan. Oscar Freire zou ik ingehaald hebben. Twee straten verder zakte de paranoia weg en ruilde ik hem voor een lachkick. Ik wist niet eens meer zeker of het allemaal wel werkelijk zo gebeurd was.

“Wil je graag dat ik over je schrijf?”
“Nou, uhm, ja. Dat lijkt me leuk. Je schrijft zo mooi over leuke dingen in je leven. En ik ben toch ook leuk?”
“Denk je dan dat ik autobiografisch schrijf?”
“Als je over je vriendin schrijft, dan denk ik toch graag dat ik dat dan ben. En als je over andere meisjes schrijft, dan vind ik dat toch wel vervelend. Dus ja, dat denk ik.”
“Als ik schrijf, over vervelende mensen in de trein, dan wil ik bij jou zijn. Want als ik bij jou ben, is het goed, kan het niet beter. Als de meisjes in de disco niet mooi zijn, zijn ze niet zo mooi als jij bent. Schrijf ik over mooie nachten, dan bedoel ik eigenlijk de dromen die ik heb als ik tijdens mijn werk heel even mijn ogen sluit. En wanneer ik schrijf dat ik de tijd bij haar verlies, dan wil ik dat de dag langer duurt dan vierentwintig uur en de nacht korter dan drie.
Maar schrijf ik over Yolanthe, dan bedoel ik een eenzaam prinsesje dat opgesloten zit in de hoogste toren van een chocoladekasteel.”
Ik zal nooit kunnen stoppen met over je te schrijven, want ik zie je overal.

« »

© 2019 CoMa.nl. Thema door Anders Norén.